|
De G1000, initiatief van David van Reybrouck, is een poging om de impasse in België te doorbreken. Na meer dan 500 dagen zonder regering kan niet langer ontkend worden dat er in het land in crisis iets moet worden ondernomen. En België is volgens Van Reybrouck niet het enige land in een democratische crisis, alleen manifesteert het zich hier het duidelijkst. Niet in het minst vanwege de meertaligheid in het land die ook op de G1000 haar stempel drukt: we horen Frans, Nederlands, Duits en Engels door elkaar en een grote groep tolken is de hele dag in de weer om ervoor te zorgen dat iedereen elkaar begrijpt.
De opzet van de G1000 is simpel. Met uitgangspunten als onafhankelijkheid, transparantie, participatie, diversiteit, openheid en bovenal optimisme is besloten 1000 burgers, een letterlijke dwarsdoorsnede van de Belgische bevolking, bij elkaar te brengen in Brussel. Om ervoor te zorgen dat iedereen deel zou nemen, en niet alleen een politiek geëngageerde elite, was alles uit de kast gehaald om de drempel zo laag mogelijk te houden. Deelnemers kregen treinkaartjes thuis gestuurd of werden soms zelfs thuis opgehaald door vrijwilligers wanneer ze slecht ter been waren, eten en drinken was uitstekend. De hele logistiek was geregeld met militaire precisie om alle focus te leggen op de discussie over de drie onderwerpen die vooraf op democratische wijze, via de website van de G1000, op de agenda waren gezet: sociale zekerheid, welvaart in tijden van crisis en immigratie.
Dat die laagdrempeligheid essentieel was bleek uit meerdere gesprekken met deelnemers. Zo gaf Lieve, een gepensioneerde lerares uit het lager onderwijs, aan dat zij zichzelf eigenlijk niet geschikt achtte voor dergelijke discussies, maar door aandringen van de organisatie toch maar was gekomen. Juist mensen als Lieve zijn natuurlijk belangrijk om de discussie niet weer alleen maar in elitaire kringen plaats te laten vinden. En dat werd ook door een lid van een van de Belgische parlementen benadrukt: “Wij hebben niet het monopolie op politieke discussie. Wij hebben niet het monopolie op goede ideeën”. Er is draagvlak en enthousiasme nodig om iedereen onderdeel van de democratie te laten zijn: Vlaming, Waal, man, vrouw, autochtoon, allochtoon, jong en oud.
Om de laagdrempeligheid, en ook de geloofwaardigheid, te waarborgen was het zetten van de kaders ontzettend belangrijk. Logistiek was slechts één rand van het kader, maar ook de eerder genoemde diversiteit hoort daarbij, als ook een theoretisch kader. Dat laatste werd verzorgd door verschillende expert-sprekers, waarvan er steeds twee bij elk onderwerp een inleiding gaven. Onderdeel van het kader was ook een fysiek duidelijk scheiding tussen deelnemers en pers. De pers was ten strengste verboden om zich tijdens discussies tussen de deelnemers te mengen. Gesprekken in de pauzes werden daarentegen juist aangemoedigd.
Het belangrijkste was echter de opzet van de discussies. “Ik kan leren van jullie overlegmodel”, zei een aanwezig parlementslid. Aan elk van de in totaal 90 tafels zat een facilitator en eventueel een tolk. De facilitator mengde zich niet in discussies maar bewaakte wel het proces. Dat proces bestond bij elk onderwerp uit prioriteren van subonderwerpen, argumenteren —eerst individueel, dan met de groep— en tot slot kijken naar verbetermaatregelen. Die maatregelen van elke tafel werden centraal bijeengebracht en samengevat, waarna alle deelnemers vervolgens plenair konden stemmen op de maatregel van hun keuze. Zo ontstond een evenwichtig beeld van het sentiment op de G1000.
Het fascinerendst bleef echter het onverminderd enthousiasme en de concentratie van alle deelnemers na vier discussierondes (drie onderwerpen en één open ronde). Een enthousiasme dat liet zien hoe belangrijk het voor iedereen is om de politiek in België naar een hoger plan te trekken. Maar ook dat meningsverschillen geen probleem hoeven te zijn in een politieke discussie en dat er constructief kan worden nagedacht over maatschappelijke problemen waar grote verdeeldheid heerst. De uitkomst is geen vuurwerk in de zin dat er directe oplossingen zijn, maar wel wat betreft de betrokkenheid van alle deelnemers. Iedereen is beter geïnformeerd en geïnspireerd huiswaarts gegaan, waar ze ook weer in hun eigen kring de politieke discussie aan kunnen wakkeren. En zo heeft iedereen het gevoel meer stem te hebben dan alleen stemrecht.
Pingback: Meer stem dan alleen maar stemmen « Filosoof in Opleiding
Pingback: Pas op, Drempels. - Communitize NL
Pingback: Pas op, Drempels « Filosoof in Opleiding